Als uitvaartverzorger weet ik dat geen enkele maand hetzelfde is. Soms is het ontzettend druk en soms opvallend rustig. Overlijden laat zich tenslotte niet plannen.
Afgelopen mei was zo’n rustige maand. Niet zonder werk, maar wel opvallend rustig. Op dat moment stond ik daar eigenlijk niet zo bij stil.
Totdat mijn broer een hersentumor bleek te hebben.
Van het ene op het andere moment veranderde alles. Onderzoeken, gesprekken met artsen, een operatie en daarna revalidatie. Woorden waarvan je hoopt dat ze nooit over iemand van wie je houdt uitgesproken hoeven te worden.
Mijn broer woont niet naast de deur en we zien elkaar niet iedere week. Soms gaan er zelfs maanden voorbij. Maar dat zegt niets over onze band. Sommige mensen zitten niet dagelijks aan je keukentafel, maar wel dagelijks in je hart. Mijn broer is zo iemand. En mijn schoonzus ook.
In de weken daarna reed ik vaker hun kant op. Soms ging ik mee naar een afspraak, soms hielp ik met praktische dingen en soms was ik er gewoon.
Ondertussen ging mijn eigen leven door. Mijn bedrijf draaide verder en ook Henk had mij nodig. Voor veel mensen is hij een bewoner van een zorginstelling. Voor mij is hij iemand die al dertig jaar bij mijn leven hoort. Die verantwoordelijkheid draag ik met liefde, maar soms is die ook zwaar.
En juist in die periode bleef het rustig in mijn werk. Rustig genoeg om zonder stress tijd vrij te maken voor mijn broer en schoonzus.
Ik ben nuchter genoeg om te weten dat dat toeval kan zijn. Misschien was het dat ook. Maar achteraf voelde het bijzonder. Alsof er heel even ruimte was ontstaan voor iets wat op dat moment belangrijker was.
En misschien raakte dat me nog wel het meest.
Als uitvaartverzorger ben ik gewend om er voor andere families te zijn. Ineens stond ik zelf aan de andere kant. Niet als uitvaartverzorger of ondernemer, maar gewoon als zus. Als iemand die zich zorgen maakt om de mensen van wie ze houdt.
Dat maakt je kwetsbaar. Maar het laat ook zien wat echt belangrijk is.
Ik heb geleerd dat de mensen van wie je houdt beter niet vooruitgeschoven kunnen worden. De tijd glipt ongemerkt voorbij. Vandaag is zó voorbij en morgen is nooit vanzelfsprekend.
Dus misschien toch maar die telefoon pakken. Even langsgaan. Samen koffie drinken.
Niet omdat het moet.
Maar omdat sommige momenten later niet meer in te halen zijn.